Resistentie tegen contactmiddelen maakt de doeltreffendheid van onkruidbestrijding aan het einde van de winter onzeker en leidt tot een strategie waarbij in de herfst producten op basis van bodemmiddelen worden toegepast. De resistentie betreft vooral herbiciden van de families ACCase (FOP, Dymes, Dem ...) en ALS (sulfonylureumverbindingen, triazolopyrimidines ...).
In geval van sterke druk van niet-resistente grassen adviseren we een vooropkomst, aangevuld met een behandeling na de winter. De bestrijding van raaigras en duist is in de eerste plaats gebaseerd op een toepassing vóór opkomst, waarbij prosulfocarb of chlortoluron onmisbaar zijn.
Bij sterke druk van resistente grassen adviseren we een vooropkomst, aangevuld met een behandeling in de vroege na-opkomst (maximaal 1 bladstadium voor grassen). Met twee behandelingen in de herfst bereiken we een efficiëntie van meer dan 90%. De toepassing aan het einde van de winter is slechts een aanvulling om een optimale onkruidbestrijding te garanderen.
In geval van zeer hoge druk kunnen de volgende cultuurmaatregelen de druk verminderen:
- Vruchtwisseling, afwisselen van granen met hakvruchten zal druk van grassen sterk verminderen
- Later zaaien, bij zaai na 25 november kiemt er 90% minder duist dan bij zaai half oktober (bron CRAW)
- Ploegen, bij sterke druk van grassen in geval van ploegloos boeren zal éénmaal ploegen per rotatie voor de uitzaai van wintergraan zorgen voor duidelijk minder opkomst van grassen.
Door zijn werkingsmechanisme maakt chloortoluron het mogelijk om later opkomende grassen te beheersen. Na het 1 blad stadium van grassen (duist, raaigras…) behoudt chloortoluron een zekere doeltreffendheid, die superieur is aan andere moleculen op de markt die sneller hun werking verliezen.